Henry Lootens ziet gelijkspanning niet als doel, maar als middel
Nuchter, praktisch en geworteld
Wie met Henry Lootens spreekt over gelijkspanning, hoort geen evangelist die koste wat kost DC wil doordrukken. Zijn verhaal is nuchter, praktisch en geworteld in de dagelijkse realiteit van installateurs, fabrikanten en onderwijsinstellingen. ‘In onze sector kiest men doorgaans niet vanwege de voordelen voor gelijkspanning,’ concludeert hij. ‘Men kiest ervoor omdat de nadelen van de bestaande oplossing simpelweg te groot worden.’
Van fascinatie naar missie
Lootens heeft als zelfstandige verschillende opdrachtgevers. Wij spreken hem vanuit zijn rol als voorzitter van Stichting Gelijkspanning Nederland. Naar eigen zeggen bemoeit hij zich intensief met standaardisatie van gelijkspanning en is hij druk met het ontwikkelen van onderwijsprogramma’s. ‘Ik raakte tijdens mijn studie gefascineerd door gelijkspanning en besloot me erin te verdiepen. Dat is inmiddels volledig uit de hand gelopen.’ De stichting die hij leidt, is erop gespind kennis te delen, ontwikkelingen te versnellen en realisme in de discussie te brengen. ‘Wij verspreiden niet zozeer het evangelie van gelijkspanning, maar zorgen dat techniek en onderwijs op elkaar aansluiten. Die focus is aangebracht omdat we mensen nodig hebben die moeten weten wat er te koop is, waar de hiaten zitten en hoe het beter kan. Zij moeten namelijk onze systemen ontwerpen, installeren en onderhouden.’
Op papier ver, in de praktijk nog zoekend
Kijk je naar de standaardisatie van gelijkspanning in Europa, dan lijkt er veel vooruitgang. Maar Lootens plaatst daar direct een kanttekening bij. ‘Op papier zijn we best ver. In de praktijk valt het tegen.’ Hij wijst ons op de huidige mogelijkheden in laadinfrastructuur. ‘Je kunt niet zomaar drie verschillende laadpalen kopen die automatisch met elkaar communiceren. Als je eenmaal voor merk A kiest, moet je vaak bij merk A blijven. Dat is vendor lock-in en daar willen we eigenlijk van af.’ Dergelijke situaties beperken zich niet tot laadpalen. Ook de koppeling met zonnepanelen, batterijen en gebouwbeheersystemen is vaak merkafhankelijk. ‘Dat vinden wij onwenselijk. Je wilt als consument of zakelijke gebruiker gewoon kunnen selecteren op functionaliteit. Net zoals je in de keuken de keuze wilt hebben als het apparatuur aangaat. Daar vinden we een oven van Siemens, een kookplaat van Bora en een vaatwasser van Miele en prima combinatie. In de energiewereld zijn we daar nog lang niet.’
USB-C als lichtend voorbeeld
Toch ziet Lootens ook positieve ontwikkelingen. Een belangrijk voorbeeld is USB-C. ‘Dat is een enorme stap vooruit voor gelijkspanning. We hebben met elkaar in de Europese Unie afgesproken dat we tot 240 watt deze stekker gebruiken. Punt. Overigens is het goed om te melden dat de reden voor deze norm niet het stimuleren van gelijkspanning was, maar het verminderen van e-waste. Wat ik belangrijk vind is dat het werkt. Bovendien laat het zien dat standaardisatie mogelijk is.’ Volgens Lootens is het onrealistisch om te verwachten dat de overheid álle standaarden afdwingt. ‘Een groot deel moet echt uit de markt komen. Maar dan heb je wel een grote klant nodig die durft te eisen.’
Wat volgens Lootens helpt, is dat de urgentie groeit. Netcongestie dwingt partijen om anders te denken. ‘We hebben het geluk –hoe wrang dat ook klinkt– dat congestie ervoor zorgt dat innovatie noodzakelijk wordt. Fabrikanten zoeken elkaar daardoor steeds vaker op.’
Gelijkspanning is geen doel, maar een oplossing
Toen Lootens zich jaren geleden in gelijkspanning begon te verdiepen, lag de focus sterk op technische voor- en nadelen. Die benadering heeft hij losgelaten. ‘In de praktijk kiest niemand voor DC omdat het efficiënter is. Je kiest ervoor omdat je anders niet uitkomt.’ Hij noemt hoogvermogen laden als voorbeeld. ‘Daar wordt voor gelijkspanning gekozen omdat de laders kleiner zijn en omdat er simpelweg geen ruimte is. Dat is de echte reden.’ Volgens Lootens moet gelijkspanning daarom altijd worden gepositioneerd als middel. ‘We moeten meebewegen met maatschappelijke problemen. Netcongestie, ruimtegebrek, elektrificatie. DC is geen heilige graal, maar een oplossing in specifieke situaties.’
Onderwijs als sleutel
Een essentieel onderdeel van die oplossing is onderwijs. En dat begon bij Lootens bijna toevallig. ‘Ik ben per ongeluk les gaan geven,’ zegt hij lachend. Via een invalbeurt op een mbo-opleiding rolde hij het onderwijs in. Het bleek een schot in de roos. Lootens bracht gelijkspanning onder in het curriculum en stelde zijn lesmateriaal via de stichting beschikbaar aan andere mbo’s. Inmiddels wordt het gebruikt door meerdere scholen, onder andere binnen een gespecialiseerde MIT-opleiding. Zijn kracht ligt in de combinatie van werelden. ‘Ik heb zelf bij een installatiebedrijf gewerkt. Ik snap de installateurs, hun praktijk en hun vragen. Dat helpt enorm in het over de bühne brengen van informatie.’
Learning by doing
Toch blijft onderwijs rond gelijkspanning uitdagend. ‘De vraag vanuit installateurs is groter dan het aanbod aan goed lesmateriaal,’ stelt Lootens. Dat heeft volgens hem alles te maken met het gebrek aan standaardisatie én met ontbrekende praktijkervaring. ‘In de installatietechniek zijn kabelberekeningen standaard. Voor DC zijn de rekenregels anders, maar we weten nog niet precies hoe ze in de praktijk uitpakken. Dat moet je onderzoeken.’ Zijn oplossing is helder: ga gewoon aan de slag. ‘We moeten DC-projecten uitvoeren. In theorie klopt alles, maar pas als je het toepast, zie je wat het effect is op materialen en installaties. Dan kun je ook goed lesmateriaal maken. Learning by doing.’



