Bel ons voor info 0294 - 74 50 70

Nieuws item

×

Netcongestie is een lachfilm van de eerste orde

Peter Centen over warmtepompen en netcongestie.

 

De warmtepomp is bezig aan een onstuitbare opmars in de gebouwde omgeving. Maar wie denkt dat de energietransitie vooral draait om het vervangen van de cv-ketel door een nieuw apparaat, kijkt te simpel naar de werkelijkheid. ‘Een warmtepomp ophangen en denken dat je klaar bent, is naief,’ zegt Peter Centen van Nathan. ‘Het gaat om het totaalplaatje. De complete installatie moet kloppen, anders haal je het rendement er nooit uit.’


Nathan opereert al jaren in de klimaattechniek en heeft zich ontwikkeld tot een brede speler binnen de warmtepompmarkt. Het bedrijf is niet alleen importeur, maar ook uitvoerend betrokken bij projecten, bijvoorbeeld bij de realisatie van bodemenergiesystemen. De focus ligt daarbij nadrukkelijk op de zakelijke markt. ‘Wij werken vooral in nieuwbouw en in grootschalige transformaties, zoals de ombouw van kantoren naar woningen,’ legt Centen uit. ‘De particuliere markt bedienen we niet direct, dat doen de installateurs waar we mee samenwerken.’


Kampvuur in een blikken doos
Die positionering sluit aan bij de kern van de huidige energietransitie. In nieuwbouw is de stap naar fossielvrij inmiddels vanzelfsprekend, maar juist in bestaande bouw ligt de echte uitdaging. Technisch gezien is er volgens Centen meer mogelijk dan vaak wordt gedacht. ‘In 70 tot 80 procent van de woningen kun je prima een warmtepomp toepassen. Wat het complex maakt, is niet zozeer de techniek zelf, maar de vraag hoe je zo’n systeem goed in een bestaand gebouw integreert.’ Daar komt nog een belangrijk aspect bij, de economische afweging. Waar de overstap naar een warmtepomp in theorie altijd leidt tot CO₂-reductie, is de financiële besparing minder vanzelfsprekend. ‘Uiteindelijk wil iedereen weten wat het oplevert. Je maakt de stap van gas naar elektriciteit, maar of je ook goedkoper uit bent, hangt sterk af van de energieprijzen en het rendement van het systeem.’ Dat rendement staat of valt met de manier waarop een installatie is ontworpen. En juist daar gaat het volgens Centen nog vaak mis. ‘Een warmtepomp kan tegenwoordig hoge temperaturen halen, tot zo’n 65 graden. Maar hoe hoger de temperatuur, hoe lager het rendement. Als je echt efficiënt wilt werken, moet je het systeem daar ook op inrichten. Denk aan lage temperatuurafgifte en een installatie die hydraulisch en regeltechnisch goed in balans is.’ Hij maakt daarbij een veelzeggende vergelijking: ‘Een cv-ketel is eigenlijk een kampvuur in een blikken doos. Die compenseert alles en blijft wel draaien. Een warmtepomp is veel preciezer. Als het systeem niet goed is afgestemd, gaat hij pendelen en verlies je direct rendement.’


Focus op energielabel
Volgens Centen vraagt de energietransitie daarom om een andere manier van denken. ‘Je kunt niet simpelweg een warmtepomp toevoegen aan een bestaande installatie en verwachten dat het werkt. Het is geen los product, maar onderdeel van een integraal ontwerp. Je moet altijd kijken naar wat er al in een gebouw zit en hoe je dat optimaal benut.’ Opvallend is dat de afwegingen in de praktijk sterk verschillen per type project. In de particuliere markt draait het vaak om energiekosten, maar bij grotere transformaties spelen andere belangen. ‘Daar gaat het vooral om het energielabel,’ legt Centen uit. ‘Dat bepaalt de verhuurbaarheid, verkoopbaarheid en zelfs de financierbaarheid van een gebouw. De focus ligt dus veel meer op de waarde en kwaliteit van het vastgoed dan op de energierekening alleen.’


Grenzen van het elektriciteitsnet
Tegelijkertijd dient zich al enige tijd een nieuw vraagstuk aan dat de energietransitie in een ander daglicht plaatst: netcongestie. ‘We lopen inmiddels keihard tegen de grenzen van ons elektriciteitsnet aan,’ stelt Centen. ‘De overstap naar volledig elektrische systemen gaat sneller dan de uitbreiding van de infrastructuur. Je kunt er niet meer vanuit gaan dat elektriciteit onbeperkt beschikbaar is. Daarom zie je dat systemen zoals warmtepompen steeds vaker van buitenaf -de netbeheerder- aanstuurbaar moeten worden, zodat piekbelastingen kunnen worden afgevlakt.’ In landen om ons heen -onder meer in Duitsland- is dat al gangbaar beleid. ‘In België wordt ook gekeken naar particulier piekverbruik. Overschrijd je een bepaalde verbruiksgrens, dan betaal je meer. Dat soort prikkels gaan we hier ook krijgen.’ Volgens Centen is het onvermijdelijk dat regelgeving en techniek elkaar hierin gaan versterken. Tegelijkertijd uit hij stevige kritiek op de huidige situatie in Nederland. ‘Het is onwenselijk dat netbeheerders bepalen of en wanneer er gebouwd wordt. Dat we projecten jaren moeten uitstellen, omdat er geen aansluiting beschikbaar is, is in mijn ogen onacceptabel. Netcongestie is een lachfilm van de eerste orde, een hele slechte komedie. We hebben een soort Marshallplan nodig voor onze energie-infrastructuur. De hele maatschappij wil van fossiele brandstoffen af, iedereen staat in de startblokken, dan moet je ook zorgen dat de randvoorwaarden op orde zijn. Op deze manier remmen we de transitie gewoon af.’

Die boodschap neemt Nathan ook mee naar Vakbeurs Energie, waar het bedrijf al jaren een vaste deelnemer is. Voor Centen is de beurs een belangrijke ontmoetingsplek voor de sector. ‘Je treft daar precies de professionals met wie je dit soort vraagstukken kunt bespreken. Geen grote, afstandelijke stands, maar inhoudelijke gesprekken met mensen uit de praktijk.’